Joannes Tourneur

In het kartuizerklooster van Scheut bij Anderlecht, later binnen de stad Brussel gevestigd, hebben belangrijke kroniekschrijvers geleefd: Joannes De Groote, Joannes Tourneur, Judocus Smit, Marcellus Voet, Mathias Tsergoossens, Petrus De Wal.

Biographia
Bij zijn keuze voor de Orde van de Kartuizers is Joannes Tourneur ingetreden te Sscheut. Hij werd gekleed op 8 november 1545 en deed een jaar later professie. Hij was achtereenvolgens sacrista (1550-1553), procurator (1553-1559, 1560-1562) en vicaris (1559-1560). In augustus 1562 vertrok hij naar de kartuis te Lier, waar hij verbleef tot 11 of 26 september van dat jaar. Vier jaar later, op 6 augustus1566, overleed hij als hospes in het kartuizerklooster te Herne. Tourneur is in de eerste plaats bekend om zijn voortzetting en bewerking van Marcellus Voets Liber fundationis en om zijn Nederlandse vertaling van deze Kroniek van Scheut.
...

Opera
Liber fundationis
“Naer dat ick hebbe gelesen eenen boeck gescreven in latijnscher spraken welcke het gemeÿn volck niet en verstaet, den welken van ouderdom begost te verdonckeren, alzoe dat hij niet langhe perfectelick en zal connen gelesen wordden, hebbe ick eerstmael inden jaere xvc lviii, inde oegstmaent naersticheÿt gedaen den zelven boeck te vernieuwen ende van woerde tot woerde vuÿtgescreven, op dat het ghene dat daer inne stondt te langher mocht in memorien blijven. Want in dien tijden was ick bevaen met lichaemelicke siecten ende hopende inder goedertierenheÿt van onser liever vrouwen van gratien wiens miraculen ende wille daer inne stondt gescreven nam ick voer mij alle neersticheÿt te doen om dat propoest te volbringen. Dwelck ic op min dan xviije dagen volbracht, niettegenstaende dat ick andere becommeringen hadde aengaende der procuratien vanden goidshuijse daer ick inne was ende meer dan vijff jaeren te voren hadde geweest”.
...
Hoe dit convent van Ons Vrouwe van gratie der ordenen van den chartroesen gemenlick genoemt Tschuete es gefundeert buyten Brussele gevolgd door een lijst De libris continentibus omnia que in ecclesia, refectorio, capitulo et misse officio leguntur et cantantur
“Hier naer inden jaere xvc lxii in die oegstmaent met voergaende lange sollicitatie om niet alleenlick vander procuratien verlaten te sijn, maer oeck om een andere convent te hebben midts zekere redenen daer toe porrende, gecomen sijnde int huijs van Liere ende aldaer geweest sijnde omtrent zeven weken in geheelder inwendigher ende vuijtwendigher rusten, es mij goetgedocht ende oeck duechdelic buijten huijse voer het huijs te arbeÿden. Principaelick wel wetende dat zeer luttel oft egheene persoonen vanden cloistere van onser liever vrouwen van gratien, en wisten vanden oirspronck van den cloistere te spreken. Dus hebbe ick ter herten genomen ende een vast propoest gemaect het principaelste vanden boeck inden latijn die ick hadde geheel van woerde tot woerde gescreven over te setten in dietscher spraken, nochtans niet van woerde tot woerde noch geheel, maar alzoe veel als van noode es te weten om die devotie te verwecken. Ontwijfelicken het es een heÿlighe plaetse daer het cloister es gesticht. Want zekere teekenen zijn aldaer gebuert gelijck hier naer wordt verhaelt”.
....

Biblio + : Prosopo Cartusiani BE - J