Monialen

Een teken van de uitstraling van de pas gestichte Grande Chartreuse was de affiliatie van de monialen van de abdij van Prébayon in de Provence. In 1145 vroeg deze communiteit, die leefde volgens de regel van de heilige Cesarius, te mogen aansluiten bij de Grande Chartreuse. Ze verzocht Johannes van Spanje, prior van de kartuis van Montrieux, de Consuetudines enigszins aangepast te mogen aannemen. Dat was het begin van de vrouwelijke tak van de kartuizerorde. Een tweede monasterium werd opgericht in Bertaud in 1185. In de loop van de dertiende eeuw werden twaalf huizen gesticht, maar weinige bleven bestaan. In feite waren er nooit meer dan vijf monialenkloosters op hetzelfde moment.

Zowel bij de monialen als bij de monniken, geschieden de liturgische getijden op dezelfde wijze, dag en nacht. Handenarbeid, stil gebed, officies zijn nagenoeg identiek. In de loop der geschiedenis heeft er wel een grote omwenteling plaatsgegrepen in het dagelijkse leven bij de monialen. Oorspronkelijk had men het idee dat de eenzaamheid veel lastiger te beleven was door vrouwen dan door mannen, waardoor het gemeenschapsleven veel belangrijker was bij de monialen. Hieronder volgt de dagorde van de monialen en van de conversen en donaten zoals die nog gold in de kartuizerinnenkloosters in het midden van de vorige eeuw.

Voor de monialen:

23u30
cel: metten en lauden van het O.L.V. officie

00u15
kerk: metten en lauden van het groot officie

02u15
cel: priem van het O.L.V.officie; naar bed

05u30
cel: opstaan, priem van de dag, terts van O.L.V., angelus, vrije tijd

06u45
kerk: aanbidding

07u00
kerk: conventsmis, dankzegging, terts van de dag; sext van O.L.V. gereciteerd twee aan twee

09u00
cel: handenarbeid

10u00
kerk: sext van de dag

10u15
refter: middagmaal; daarna gemeenschappelijke recreatie

12u00
cel: angelus, noon van beide officies, handenarbeid en geestelijke lezing

14u30
cel: vespers van O.L.V.

14u45
kerk: vespers van het groot officie

15u30
cel: arbeid, stil gebed

16u45
refter: avondmaal

17u15
cel of tuin: vrije tijd

18u00
cel: recollectie, angelus, completen

19u00
cel: naar bed

Voor de conversen en donaten:

00u00
cel: opstaan

00u15
kerk: metten en lauden

01u15
cel: naar bed

04u45
cel: opstaan

05u00
cel: stil gebed, meditatie
kerk: mis, vier kleine uurtjes, door iedereen afzonderlijk gebeden

07u00
cel: onderhoud van de cel

07u15
ateliers: arbeid

10u15
refter: middagmaal en recreatie

12u00
ateliers: arbeid

14u00
cel: geestelijke lezing

14u30
kerk: aanbidding

14u45
kerk: vespers

15u00
ateliers: arbeid

16u45
refter: avondmaal

17u30
ateliers: arbeid

18u30
cel: geestelijkie lezing, completen

20u00
cel: bed


Sinds 1970 sluit het dagschema van de conversen en donaten steeds dichter aan bij de levenswijze van de koormonialen. Er wordt enkel op zon- en feestdagen in de refter gemeenschappelijk gegeten en er is slechts tweemaal per week een recreatie van hooguit één uur. Ook zijn de cellen groter geworden: vroeger waren het grote kamers, nu zijn ze vergelijkbaar aan de monnikencellen.

De levensstijl in kartuizerinnenkloosters is analoog aan die van de mannelijke kartuizers. We verwijzen daarvoor naar het deel over de monniken.

Toch hebben de monialen een eigen generaal kapittel, samengesteld uit de prior-generaal, de priorinnen, de visitatoren van de monialen en drie zusters afgevaardigd door de communiteiten.

De kartuizerinnen hebben het voorrecht van de maagdenwijding bewaard, die sinds eeuwen niet meer toegepast werd in de kerk. Deze wijding, voorbehouden aan de bisschop, omvat vooreerst de riten van het romeins pontificaal: dit is het liturgisch boek voor de bisschoppelijke functies, nl. het opleggen door de bisschop van de sluier, de ring en de kroon, en het overhandigen van de liturgische boeken. Dan volgt iets specifieks cartusiaans: hij geeft hun de "stool" en de "manipel" aan de rechterarm. Zowel de koormonialen als de conversen kunnen die wijding ontvangen als ze maagd zijn, tenminste 25 jaar oud zijn en hun plechtige geloften of professie hebben afgelegd.

De gewijde maagden dragen deze uiterlijke kentekenen slechts op de dag van hun wijding, op de vijftigste verjaardag ervan en op de dag van hun overlijden. Het epistel van de conventsmis zingen ze evenwel zonder die uiterlijke kenmerken. Bij ontstentenis van een priester lezen ze tijdens de metten het evangelie, daarbij de stool dragend.

Hun kleding is nagenoeg identiek aan die van de monniken, dus ook een "kovel" met de karakteristieke zijbanden. In plaats van een kap hebben ze een guimpe die de hals bedekt, een hoofdband en een sluier die het gelaat kan bedekken. Voor bepaalde ceremonies bekleden ze zich met een grote witte mantel.

In elke monialenkartuis is er een pater vicaris om de mis op te dragen en de geestelijke leiding van de zusters te verzekeren. Indien mogelijk wordt de vicaris bijgestaan door een pater coadjutor en door één of twee broeders die het vicariaat onderhouden en de zwaarste karweien verrichten. Ze bewonen een huis dat enigszins afgezonderd staat, maar aan het klooster paalt. De kapel wordt in twee gedeeld door een ijzeren traliewerk: aan de ene kant staat de celebrant, aan de andere zijde bevinden zich de zusters. De communie wordt uitgereikt doorheen een kleine opening ingewerkt in het midden van het traliewerk.

In principe mag geen enkele man binnengaan in een kartuizerinnenklooster, ook niet de visitator noch de vicaris. Enkel de bisschop mag tijdens de jaarlijkse visitatie in het klooster, en voor bepaalde gelegenheden mogen de broeders ook binnengaan voor zware karweien.

In ieder monasterium is er een spreekkamer, waar de vicaris zich kan onderhouden met de priorin. De andere leden van de communiteit kunnen slechts met de vicaris spreken in de biechtstoel.


Literatuur

[Certosine 1975]

[Dubois 1991b]

[Fleischmann 1933]853

[Gaens & De Grauwe 2006]60-641

[Hogg 1988a]671-672
[Hogg 1996b]1270

[Jérôme 2014]

[Moines et moniales 2003]

[Nabert 2007b]

[Parant 1978]

[Ray & Mouton 1942]
[Religieuses chartreuses 1952]

[Scholtens 1952d]
[Sommer 1960]1384

  • 1. De voornoemde tekst over de kartuizerinnen of monialen is ontleend aan dit werk.