Chercq (Tournai)

0. Algemene bibliografie
1. Algemene geschiedenis
2. Institutionele geschiedenis
3. Sociaal-economische geschiedenis
4. Geschiedenis van het geestesleven
5. Geschiedenis van het kunstbezit

Sint-Andreasberg (ca. 1376/77-1783)
Cartusia Cercana
provincia Picardiae
1380-1410: clementistisch, Grande Chartreuse
1411: provincia Picardiae propinquioris
1780: provincia Teutoniae

De kartuis van Chercq heeft nauwelijks drie jaar tot de Teutoonse provincie behoord. De stichters waren Christian de Ghistelles, priester te Doornik, en Jean de Werchin en de la Longueville, drossaard van Henegouwen. De bisschop van Doornik, Philippe d'Arbois, bekostigde de bouw van de kerk.

In de veertiende en vijftiende eeuw had het klooster vele weldoeners, onder meer Doornikse geestelijken. Een bekende prior uit de vijftiende eeuw was de auteur Goswinus de Beka, doctor in de beide rechten, voormalig Kortrijks kanunnik en Gents profes. Hij was achtereenvolgens prior te Gent (1417-1418), Lierde (1418-ca. 1421), Doornik (1421-1423) en Dijon (1423-1424), en was ook convisitator (1418-1419). Hij overleed in 1429 als hospes in de kartuis van Champmol bij Dijon, de necropolis van de Bourgondische hertogen. Een andere bekende kartuizerauteur uit de vijftiende eeuw was Henricus de Piro, maar het is niet zeker of hij werkelijk in de Doornikse kartuis verbleef. Henricus de Piro was eveneens doctor in de beide rechten, en een gerenommeerd auteur van geestelijke en juridische werkjes. Vooraleer hij kartuizer werd, studeerde hij in Keulen, Parijs en Bologna, doceerde hij in Keulen en tenslotte in 1428 in Leuven. Hij schreef de eerste statuten van de Leuvense universiteit en werd er in 1429 tot rector benoemd. In 1432 werd hij kanunnik te Luik en aansluitend officiaal van de Keulse domproost. Drie jaar later nam hij deel aan het concilie van Bazel, waarna hij intrad bij de kartuizers van Keulen. Hij werd er vicaris in 1437, en werd vermoedelijk prior te Doornik, daarna zeker te Zelem (1442-1443), Luik (1445-1447), Wesel (1447-1457), Rettel (1457-1459) en Trier (1459-1463). Hij stierf als gewone monnik in zijn profeshuis te Keulen in 1473.

In 1566 werd het klooster verwoest door geuzen. Enkele jaren later werd met de geleidelijke heropbouw gestart, die nog de hele zeventiende eeuw zou voortduren. In de achttiende eeuw had het klooster herhaaldelijk te lijden onder oorlogssituaties. De kartuis werd in 1783 opgeheven door keizer Jozef II.