Antwerpen 2

0. Algemene bibliografie
1. Algemene geschiedenis
2. Institutionele geschiedenis
3. Sociaal-economische geschiedenis
4. Geschiedenis van het geestesleven
5. Geschiedenis van het kunstbezit

Sint-Sophia (1625-1783)
Domus Antverpiae

provincia Teutoniae

Einde 1622 vroegen de priors van Gent, 's-Hertogenbosch, Brussel en Lier aan de Antwerpse magistratuur de toelating om een nieuw klooster te bouwen. De stad ging akkoord en in 1623 gaf de prior-generaal aan Jan De Ram, voormalig stadstresorier van Antwerpen, volmacht om terreinen aan te kopen. Deze deed het nodige maar er gebeurde niets tot 1625, toen de prior van Lier, Willem Willems, tot rector benoemd werd. De eerste monniken kwamen uit Lier.

In het begin werd er nog naar het Sint-Rochusgasthuis gegaan om de mis te vieren, maar in 1626 kon al een eerste kapel gewijd worden. In 1629 werd het huis opgenomen in de orde.

De materiële uitrusting was behoorlijk om te starten. In het obituarium van het klooster worden verschillende weldoeners vermeld, onder meer ridder Pieter Daems, Antwerps senator en heer van Dion en Noirmont, en zijn echtgenote Elisabeth de Witte. Zij waren de ouders van de monnik Petrus Daems, een Liers profes, auteur en prior van Antwerpen van 1633 tot aan zijn dood in 1653. Diens broer Sebastiaan Daems behoorde ook tot de weldoeners.

Gedurende 50 jaar werd er verder gebouwd aan het klooster. De nieuwe kerk, gewijd aan het H. Kruis, werd in gebruik genomen in 1677.

In 1783 werd het klooster opgeheven.