Sint-Kruis-Brugge > Brugge 1

0. Algemene bibliografie
1. Algemene geschiedenis
2. Institutionele geschiedenis
3. Sociaal-economische geschiedenis
4. Geschiedenis van het geestesleven
5. Geschiedenis van het kunstbezit

Genadedal (1318-1783, vanaf 1584 binnen Brugge)
Domus Vallis Gratiae

provincia Burgundiae
1332: provincia Picardiae
1380-1395: urbanistisch, Seitz
1395-1410: clementistisch, Grande Chartreuse
1411: provincia Picardiae remotioris
1474: provincia Teutoniae

Gesticht in 1318 door Jan van Koekelare en andere valentes, honorabiles et potentes personae, vermoedelijk uit de kring van graaf Robrecht van Bethune. De eerste monniken waren professen van Saint-Omer en Valenciennes.

De kartuizers konden vrij vlug bezittingen en inkomsten uitbreiden, onder meer door giften van de familie Vander Buerse, Egidius van Aartrijke en Adam van Westkapelle. In 1398 bracht Filips de Stoute alle bezittingen van Genadedal in de dode hand (zgn. amortisatie).

Tijdens het schisma wilden de meeste Brugse monniken, net als de kartuizerinnen, voor de urbanistische paus kiezen. In 1394 werden echter op bevel van hertog Filips de Stoute, bondgenoot van de clementisten, 12 monniken van de Brugse kartuis per schip naar het Kiel overgebracht om daar onder het gezag te worden gesteld van de Kielse prior Willem van Wadenoyen. Na korte tijd werden ze naar de Franse kartuis van Gosnay gezonden. In het begin van 1395 werd Herman Clincke, een Kielse monnik, tot prior te Brugge aangesteld. Onder het bestuur van Clincke werd er tot aan de opheffing van het schisma gekozen voor het clementistische kamp.

Het klooster kende een stijgende welvaart in de vijftiende eeuw, maar telde nooit meer dan het normale aantal van een twaalftal monniken. De goede financiële situatie verslechterde aan het begin van de zestiende eeuw, toen Karel V hoge belastingen eiste om zijn oorlogen te bekostigen.

De godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw verplichtten de kartuizers kun klooster te verlaten en zich in een huis binnen Brugge te vestigen. Op 5 april 1578 werd het klooster te Sint-Kruis verwoest. Tussen 1580 en 1584 werden de monniken verspreid en was er zelfs geen prior.

In 1609 konden de kartuizers het oude begijnenklooster van Sint-Aubertus kopen, en in 1625-26 werd gestart met een grote verbouwingsoperatie. De nieuwe kartuis, op de plaats van het huidige justitiepaleis, zou de kartuizers huisvesten tot aan de opheffing in 1783.