1. Nomina et circumscriptiones geographicae

1. Nomina
[Vallier 1891]157:
C[artusia] Lyrae.
C[artusia] Lyrana.
C[artusia] Stae Catharinae.
C[artusia] Stae Catharinae Lyrae.
Chse de Ste Catherine.
Chse de Ste Catherine de Lierre.
Chse de la Lyre.
Chse de Kielle.
Chse de Kiel.

[Goffin 1991a]63
1324: domus beate Katerine Antverpiensis.
1325: domui Sancte Katerine prope Antverpiam.
1335: den convente van den t Sartroyzen bi Antwerpen.
1350: den convente van t Sartroyzen woenachtech bi Antwerpen.
1381: convente des goedshuys van den t Sartroesen gheleghen buten des stad van Antwerpen ane de Scelt.
1387: des convents van Sente Kathelinen van der Chartroysen bi Antwerpen.

[Delvaux & De Grauwe 1993a]673:
1324: conventus domus beate Katerine Antwerpiensis ordinis Cartusiensis.
1326: huise der charteroese bi Antwerpen.
1329: conventus Carthusiensium prope Antverpiam.
1331: convent vande Chartroesen bi Antwerpen.
1334: conventus fratrum Cartusiensium in Antwerpia.
1343: domus sancte Katerine prope Antverpiam fratrum ordinis Cartusiensis.
1345: convent vanden Charteroysen van sente Kateline bi Antwerpen.
1346: ghemeyn convent vanden Tsartroysen bi Antwerpen.
1349: conventus sancte Katerine Cartusiensis prope Antwerpiam.
1353: monasterium beate Katerine in Kiele prope Antverpiam ordinis Cartusiensis.
1371: convent vander Tsaertereusen bi Antwerpen wonende te Kiele.
1387: convent van sente Kathelinen vander Chartroysen bi Antwerpen.
1388: convent van sente Katerinen vander Tsartrosen bi Antwerpen.
1408: goedshuys vander Chaertroysen buyten Antwerpen.
1415: godshuse van sinte Katherinen der ordenen van Carthusen bij Antwerpen.
1425: monasterium fratrum Cartusiensium extra et prope muros opidi Antverpiensis super Scaldam.
1441: godshuyse vanden Chartroysen buyten Antwerpen opte Schelt.
1459: domus beate Katherine prope Antverpiam.
1461: godshuys der Carthuseren van sinte Katerinen buten Antwerpen.
1492: godshuys vander Chartroysen buyten Antwerpen.
1500: goidshuys van sinte Kathelinen der ordenen vander Chartroysen by onser stat van Antwerpen inder heerlicheit van Kyel.
1541: monastère et couvent de sainte Katerine de nostre ordre situé pres de la ville d’Anvers.
1542: goidshuys vanden Cathuysers buyten der stadt van Antwerpen gestaen ende geweest hebbende.
1544: goidshuys vanden Satroysen binnen deser stadt van Lyere nu tertijt gefondeert wordende.
1544: goidshuys vander ordenen vanden Chartroysen buyten der stadt van Antwerpen op Kiel omtrent der Schelden gestaen hebbende ende aldaer gedemoliert, affgebrant ende geraseert wesende.
1546: goidshuis vanden Chartroysen van sinte Katlinen binnen der stadt van Lyere.
1546: goidshuys vanden Chartroysen buyten der stadt van Antwerpen gestaen hebbende ende nu tertijt inder stadt van Lyere geerigeert wordende.
1546: goidshuys vanden Chartroysen inder stadt van Lyere nyeuwelinge geerigeert wordende, buyten deser stadt van Antwerpen gestaen hebbende ende aldaer gedemoliert ende affgebrant sijnde.
1547: goidshuys van sinte Catelijne der oirdere vanden Chartroijsen binnen der stadt van Lijere.
1549: goidshuys vanden Chartroysen geheeten sinte Katlijnen binnen der stadt van Lyere.
1551: goidshuys vanden Chartroysen buyten der stadt van Antwerpen gestaen hebbende ende nu inder stadt van Lyere gefundeert.
1609: godshuys vanden Chartroysen tot Lyere.
1610: godshuys van sinte Catherina tot Liere.
1723: maison des Chartreux à Lierre.
1785: gesupprimeerd klooster vande Cathuysers tot Lier.
1787: chartreuse supprimée à Lierre.

[De Grauwe 2005d]1171:
1324: conventus domus beate Katerine Antwerpiensis ordinis Cartusiensis.
1331: convent vande Chartroesen bi Antwerpen.
1408: goedshuys vander Chaertroysen buyten Antwerpen.
1541: monastère et couvent de sainte Katerine de nostre ordre situé pres de la ville d’Anvers.
1543: domus sanctae / beatae Catherinae prope Antverpiam.
1543: domus sanctae Catherinae in Lyra.
1543: domus Lyrae.
1547: goidshuys van sinte Catelijne der oirdere vanden Chartroijsen binnen der stadt van Lijere.
1610: godshuys van sinte Catherina tot Liere.
1723: maison des Chartreux à Lierre.
1785: gesupprimeerd klooster vande Cathuysers tot Lier.
...
2. Circumscriptiones geographicae
Ecclesia
- 1380-1386: urbanistiche obediëntie van Rome (moederklooster in Seitz2) tijdens het Westers Schisma.
- 1386-1410: clementijnse obediëntie van Avignon (moederklooster Grande Charteuse) tijdens het Westers Schisma.3
- tot 1559: bisdom Kamerijk.4
- vanaf 1559: bisdom Abtwerpen.

Ordo5
- 1321/24 (stichtingsperiode) - 1332: provincia Burgundiae.
- 1332-1380: Provincia Picardiae.
- 1380-1386: Provincia Alemanniae Inferioris (urbanistische obediëntie).
- 1386-1410: Provincia Picardiae (clementijnse obediëntie).
- 1411-1474: Provincia Picardiae Remotioris.6
- 1474-1783: Provincia Teuoniae.

Res publica
Markgraafschap Antwerpen, onderdeel van het hertogdom Brabant, gewest achtereenvolgens van de Bourgondische (1384-1482) en de (zuidelijke) Habsbugse Nederlanden (1482-1795).

Topographia
Luidens een akte van februari 1246 werd Hugo dictus Nose de Antwerpia, beëdigd schepen van de stad Antwerpen, de eigenaar van de novae terrae de Kyle na zijn aankoop van de vetera bona de Kyle, zoals deze oude gronden, op een ‘waterdiepte’ in een bocht van de Schelde tussen twee zandbanken gelegen (Laag-Kiel) bezuiden Antwerpen op ongeveer 3 km van het stadscentrum, heetten voordat hij ze verwierf. Door een wilsbeschikking van de hertog van Brabant, Hendrik II († 1248), werden zij ingesteld als een onafhankelijke heerlijkheid op het territorium van de stad Antwerpen. Tussen 1246 en 1250 richtte Hugo Nose met de instemming van de bisschop van Kamerijke een zeer kleine kapel op ter ere van de heilige Catharina, als dochterkerk van de Onze-Lievevrouwecollegiale te Antwerpen, die ook door hem werd gesubsidieerd. De kapel paalde aan de gronden van de premonstratenzer abdij van Sint-Michiel met welke religieuze instelling sommige verhoudingen met Hugo Nose in een nader gedateerde akte van 25 februari 1246 werden bezegeld. Enkele jaren later moest de kapel worden gesloten op aansporing van het kapittel van de Antwerpse moederkerk, omdat Nose te kampen kreeg met financiële moeilijkheden en bijgevolg niet meer kon tegemoetkomen in de kosten van de eredienst. De opheffing van de kapel werd geconfirmeerd in een akte van 3 april 1253, uitgevaardigd door Nicolas de Fontaines († 1273), bisschop van Kamerijk. Geleidelijk aan geraakte de kapel in verval. Door de uitbreiding van de stadswallen tussen 1296 en 1315 kwam Het Kiel buiten de poorten te liggen, terwijl de Sint-Michielskerk binnen de ommuring van de stad viel. De bevolking van Het Kiel bleef dus verstoken van parochiële diensten. In dit tekort zal de komst van de kartuizers trachten te voorzien. Zij stichtten het eerste kartuizerklooster in het hertogfom Brabant.7