1. Algemene geschiedenis

Historische overzichten
(1470-1572)

Verhaald door
[Gaens & De Grauwe 2006]119-120

Sint-Bartholomeusdal in Jeruzalem (1470-1572)
Domus sancti Bartholomei prope Delft, Domus Delphensis

Stichter en grote weldoener was Frank van Borsselen, graaf van Oostervant, oudste zoon van Floris van Borsselen, heer van Sint-Maartensdijk, en laatste echtgenoot van Jacoba van Beieren. In 1470 kwamen de eerste monniken uit Herne en Gent naar Delft. Simon van der Schueren, een Leuvens alumnus en Gents profes, was rector (1470) en eerste prior (1470-1480). Daarna was hij prior te Gent (1480-1497), en eveneens convisitator (1481-1484 en 1492-1493) en visitator (1484-1492 en 1493-1497). Onder de eerste weldoeners van Delft bevond zich naast de stichter ook de magnus promotor et benefactor Jacobus van Borsselen, deken van de collegiale kerk Sint-Pancratius van Oostvoorne.
Het klooster werd opgetrokken op een plek buiten de Waterslootpoort, vandaag ongeveer ter hoogte van de Kluizenaarsbocht. De kartuizers kochten gronden op de Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland, onder meer in Dirksland, Tholen, Vosmeer en Nieuwe Tonge. Vermoedelijk was de Zeeuwse achtergrond van hun stichter hiervoor de aanleiding. Frank van Borsselen was immers heer van Sint-Maartensdijk en rentmeester geweest van Zeeland beoosten en bewesten Schelde. Jan Ruijchrock van de Werve wordt eveneens als raadgever van de stichter vermeld in de obituaria van de kartuizers. Deze was secretaris geweest van Filips de Goede, maar ook ontvanger-generaal van Frank van Borsselen, baljuw van Tonge, en procureur-generaal van het Hof van Holland.
De Leuvenaar Gaspardus van der Stock was de tweede prior te Delft, van 1480 tot 1482. Hij had gestudeerd aan de universiteit van zijn geboortestad en was ingetreden in 1444 te Herne. Hij was achtereenvolgens sacrista (1456-1458) en procurator (1458-1460) te Brussel, hospes (1461-1462) te Geertruidenberg, vicaris (1462-1466) en procurator (1466-1470) te Brussel, initiator en procurator (1470-1480) te Delft, prior te Delft, en prior in Herne (1482-1495). Hij was ook convisitator (ca.1486-ca.1492) en visitator (1492-1495) tot aan zijn dood, en staat beschreven als een ervaren en vroom man.
Het aantal bewoners was in 1491 opgelopen tot 19 monniken en 10 broeders. In dat jaar kreeg Johannes Schullinc, Gents profes en oud-prior van Delft (1482-1486), de opdracht om in Leuven een nieuwe stichting te verwezenlijken. De banden met de Leuvense kartuis zouden nog lang sterk blijven.
Hoewel het aantal monniken sterk was toegenomen, werd het klooster in 1500 door de visitatoren nog steeds als arm omschreven. In de jaren 1530 en 1532 leden de kartuizers grote verliezen bij overstromingen van sommige goederen, in 1536 door een grote stadsbrand. Enkele monniken werden daarom overgeplaatst. Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw verbeterde de situatie en konden enkele gebouwen vernieuwd worden. Maar in 1571 moesten de monniken onder het aanhoudende geweld hun intrek nemen in een refuge binnen de stadsmuren. In 1572 werd de kartuis gesloopt om te voorkomen dat het zou gebruikt worden bij vijandige invallen. De monniken werden verspreid en het klooster opgeheven.

Verhaald door
[De Grauwe 2005k]223

Chartreuse de Delft

L'histoire de cette maison qui n'a existé qu'un siècle est peu mouvementée. La fondation fut préparée en 1469 par Frank van Borselen, comte d'Oostervant, dernier époux de Jacqueline de Bavière. En 1470, il lui fut déjà possible de faire venir quatre moines d'Hérinnes et de Gand sous la direction de Simon van der Schueren, profès de Gand. Le chapitre général de 1471 put incorporer la maison, qui reçut Ie nom officiel de Domus Vallis Sancti Bartholomei in Jerusalem prope Delft. Le recteur Simon devint prieur. Ce début très prometteur ne dura pas longtemps. Pourtant I'ancien prieur de Delft, Jan Schullinck, fut désigné en 1491 comme recteur de la nouvelle fondation de Louvain. Ces deux maisons ont toujours entretenu de très bonnes relations. Vers 1500, les visiteurs de la province considérèrent Delft comme une maison pauvre. Dans les années 1530 et 1532 la maison eut à subir de graves dommages à cause d'inondations de ses biens et en 1536 à cause de I'incendie de la ville de Delft. On était obligé d'envoyer les religieux dans d'autres maisons. Sous le priorat de Barthélémy Streng (1555-1561) la situation s'améliorait considérablernent: Ie prieur réussit meme à faire quelques nouvelles constructions. Mais en 1572, le monastère situé hors des remparts de la ville, fut détruit par mesure de sécurité afin d'éviter l'ennemi l'emploie comme point de départ pour ses attaques. La communauté se dispersa et l'0rdre décida la suppression de Delft.

Verhaald door
[Gruijs 1975b]225-226

Kartuize Sint-Bartholomaeus in Jeruzalem bij Delft (1470-1572)
DomusVallis Sancti Bartholomei in Jerusalem prope Delft
Domus Delphensis

Na de belangwekkende artikelen van J. P. Gumbert1, H. H. Vos2, J. G. N. Renaud3, A. H. Huussen c.s.4, P. Biesboer5, R. J. Pollmann6 en P. A. van Nieuwstadt7, in dit werk kunnen wij hier volstaan met een kort overzicht. Het klooster lag ten zuidwesten van de stad buiten de Waterslootpoort. De stichting werd voorbereid in 1469. Frank van Borselen, graaf van Oostervant, de laatste gemaal van Jacoba van Beieren, trad op als stichter en grote weldoener. In 1470 is een viertal initiatores naar Delft gekomen, onder anderen uit Herne bij Edingen en Gent, o.l.v. de voortreffelijke rector Simon van der Schueren, een monnik van het huis bij Gent. D. Gaspar van der Stock, tot dan toe procurator van de kartuize te Scheut, kwam hem te Delft in hetzelfde ambt terzijde staan. In 1471 kon het generaal kapittel der orde de nieuwe nederzetting incorporeren. Tegelijkertijd verkreeg het klooster toen zijn naam en is de rector de eerste prior geworden. Vanaf 1491, toen de Delftse oud-prior Jan Schullinc was aangewezen om in Leuven een nieuwe stichting te verwezenlijken, zijn er vruchtbare betrekkingen blijven bestaan tussen de huizen van Delft en Leuven.
In de jaren 1530 en 1532 leed het huis aanzienlijke schade aan goederen door overstromingen en in 1536 door een stadsbrand. Er kwamen jaren, waarin het klooster – evenals dat van Noordgouwe bij Zierikzee – zich niet meer kon onderhouden. Doch onder het prioraat van Bartholomaeus Streng (1555-1561), die we ook reeds bij het Zeeuwse huis hebben leren kennen, is aan de gebouwen veel verbeterd. Sint-Bartholornaeus in Jeruzalem heeft slechts ruim een eeuw kunnen bestaan. In 1572 werd het klooster met andere gebouwen, die buiten de stadswallen lagen, als veiligheidsmaatregel gesloopt om te voorkomen dat de vijand er bij een aanval op de stad gebruik van zou maken. Het convent is uitgeweken en verspreid over huizen in de Zuidelijke Nederlanden en in het Rijngebied.
Over de martelgang van de sacrista Joost van Schoonhoven die daarbij in handen viel van de geuzen, kan men uitvoerig lezen in het artikel van pater Pollmann in dit boek. D. Jan van der Essche, die vanaf 1569 prior was geweest, is in 1577 of '78 in ballingschap gestorven.