Vita sanctae memoriae Dominae Margaretae, Ducissae Lotharingiae [Adolphus de Essendia]

Redactieplaats- en tijd
Geschreven in twee fasen:
- fase 1: Trier, kort na 14211, ca. 1422 2, ca. 14233
- fase 2: Luik, tussen 1434 en 14374, ca. 14345, 14346
Klinkhammer kan in zijn verschillende publicaties ogenschijnlijk geen eenduidig standpunt innemen betreffende de datering van de in twee fasen geschreven Vita Margaretae. Nochtans bevat deze biografie twee duidelijke dateringsgegevens: Finis vitae per patrem Adolphum Carthusiensem circa annum Domini 1423 descriptam met welke woorden de slotparagraaf begint en hieraan voorafgaand een paragraaf getiteld Quomodo post mortem viri sui Caroli Ducis Lotharingiae in Viduitate permanens.7 Hieruit blijkt dat het eerste deel van de vita werd voltooid omstreeks 1423 en het andere deel later werd bijgevoegd na het overlijden hertog Karel II van Lotharingen op 25 januari 1431 en zelfs na de dood van zijn echtgenote Margaretha op 27 augustus 1434, daar Adolphus pas, nadat zij was gestorven, de wijze waarop zij haar weduwschap had beleefd logischerwijs zal beschreven hebben. Op dat ogenblik vertoefde hij in de kartuis van Luik.

Handschriften
1. De enige en naar alle waarschijnlijkheid volledig bewaarde tekst van deze vita is een excerpt uit een verzamelhandschrift bewaard in de kartuis te Keulen, gedateerd 12 mei 1561, dat zelf werd afgeschreven van een exemplaar — het origineel ? — aanwezig in de Trierse kartuis.8 Dat excerpt werd overgenomen in de Farragines, een dertigdelig mengelwerk met allerlei documenten over de Keulse geschiedenis samengesteld door de broers Gelenius, vicaris-generaal Joannes († 1631)9 en auditor Aegidius († 1656)10, thans hs. Köln, Historisches Archiv der Stadt, Nachlässe und Sammlungen: Farragines Gelenii, Gebrüder, Best. 1039, dl. 14, p. 389-416.
2. Pierre-François Chifflet S.J. († 1682) zond aan de Bollandisten een getrouwe — behoudens enkele regels op het einde en zonder de bronvermeldingen — evenwel niet door hem gemaakte kopie De B. Margaretha van Raders gepubliceerde Margarita-biografie (zie edities). De door Chifflet bezorgde kopie wordt bewaard te Brussel, Société des Bollandistes, manuscrit bollandien 133 [= collectanea bollandiana11], stuk n° 12, fol. 95-99.12

Edities
Naar het voornoemde hs. Keulen kritisch uitgegeven door [Klinkhammer 1972]117-130, 351-36013, in vergelijking met De B. Margarita Palatina Rheni Boiariae Princeps, Roberti Bavari Imp. filia, Caroli II. Ducis Lotharingiae coniunx van Matthias Rader S.J. († 1634) in zijn Bavaria Sancta, dl. 3, München, 1627, 163-173. In zijn vita heeft Rader woordelijk excerpten uit het Keulse handschrift van de gebroeders Gelenius overgenomen.14 Van deze druk werd (door een onbekende) een handgeschreven kopie gemaakt en door Chifflet overgemaakt aan de Bollandisten, zoals hierboven vermeld.

Vertalingen
De Franse benedictijn Antoine-Augustin Calmet († 1757) vertaalde naar het Frans de met historische feiten overeenstemmende passussen uit Raders De B. Margarita tot een authentiek portret van Margaretha van Beieren, in zijn Histoire ecclésiastique et civile de la Lorraine, dl. 2, Nancy, Jean-Baptiste Cusson, 1728: 27e livre.

Bewerkingen
1. De Franse priester Jean-Jules-MarieCuricque († 1892) baseerde zich in het midden van de 19e eeuw op Calmets werk om zijn Essai historique sur la vie de la bienheureuse princesse Marguerite de Bavière, Palatine du Rhin, fille de l’empereur Robert III, épouse de Charles II, duc de Lorraine, morte à Sierck, en odeur de sainteté, le 27 août 1434 te publiceren in: Mémoires de la Société d’archéologie et d’histoire de la Moselle (Metz), année 1859 [1860], 1-60.
2. Dezelfde publiceerde nogmaals een Notice historique sur la bienheureuse Princesse Palatine Marguerite de Bavière (1373-1434), Metz, Rousseau-Pallez, 1864, 40 p., waaraan
3. Mgr Paul Guérin († 1908), Les petits Bollandistes. Vies des saints, dl. 10: Du 18 août au 9 septembre, 7e ed., Paris, 1885, 254-263, schatplichtig was voor de publicatie van La bienheureuse Marguerite de Bavière, duchesse de Lorraine.