Officiales

De bewoners van de middeleeuwse kartuis worden in twee categorieën verdeeld: de officiales die op een of andere wijze belast waren met een bestuurlijke functie in het huis (functionarissen) en de grote groep van de andere bewoners, als daar zijn de koormonniken, reddieten, lekenbroeders, donaten en prebendarissen of proveniers.

Officiales
Prior
De kartuizerorde kende geen abten1. Aan het hoofd van een kartuizerklooster stond een prior. Hij werd gekozen door en uit de koormonniken van het huis of van een ander klooster wanneer in het huis zelf geen geschikte kandidaat werd gevonden. Elk jaar, op de vierde zondag na Pasen wanneer de prioren van alle kloosters naar de Grande Chartreuse werden ontboden om in een generaal kapittel met elkaar de stand van zaken (bestuurlijk, wetgevend en rechterlijk) in de orde te bespreken, diende hij zijn bestuursambt ter beschikking te stellen van het definitorium, het uit de algemene vergadering verkozen centrale beslissingscollege. Dit wil zeggen dat de prior in alle nederigheid ontslag diende te nemen (misericordiam petere), om het eventueel mogelijk te maken dat hij niet meer in zijn functie werd hersteld om redenen van bijvoorbeeld slecht bestuur, gezondheidsproblemen of zelfs overplaatsing. In geestelijke aangelegenheden besliste hij nagenoeg zelf en maakte zijn richtlijnen dienaangaande bekend aan de verzamelde monniken in het wekelijks gehouden kapittel. In bestuurlijke en financiële zaken werd hij bijgestaan door de procurator en de vicaris die hierbij op het zakelijk beleid van hun overste toezicht hielden.
[Rieder 1999]


Rector
Het ambt van prior werd waargenomen door een rector wanneer een kartuis tijdelijk zonder prior was doordat deze was overleden of bij visitatie werd afgezet wegens daden die niet strookten met goed geestelijk en zakelijk bestuur. Ook werd een rector aangesteld tijdens de periode die voorafging aan de incorporatie van een nieuwe stichting in de orde. Hij was in al deze gevallen dus een voorlopige overste.


Procurator
Zoals gezegd stond deze de prior bij in het tijdelijk bestuur van de kartuis. De prior bepaalde in principe het beleid in stoffelijke aangelegenheden; de procurator die door de prior uit de monniken van het huis werd gekozen, voerde dat beleid uit. Oefende hij op zijn overste een zekere controle uit inzake inkomsten en uitgaven, ook hij was aan zijn superieur regelmatig rekenschap verschuldigd betreffende de financiële toestand van de kartuis; want tenslotte hij kocht en verkocht goederen, welke activiteiten hij soms zelfs aan anderen overliet om in zijn naam te handelen. Een specifieke opdracht van de procurator was de dagelijkse leiding van de familia, bestaande uit de lekenbroeders en knechten die in het benedenhuis (domus inferior) woonden. Hier functioneerde hij als de plaatsvervanger van de prior. Hij gaf ze opdrachten, verdeelde het werk en zorgde dat het geldverkeer bij hun bedrijvigheden in goede banen werd geleid en terechtkwam bij de prior. Ook behartigde de procurator hun geestelijk welzijn in hun wekelijks kapittel; als hij van oordeel was dat op een schuldbekentenis een genoegdoening moest volgen, maakte hij de schuldbelijdenis over aan de prior die eventueel een straf uitsprak. De procurator had dus geen correctionele bevoegdheid.
[De Grauwe 1999b]


Vicarius
De vicaris staat de prior in zijn bestuur ter zijde en was zijn plaatsvervanger bij diens afwezigheid. In deze was zijn taak louter raadgevend en waarnemend. Samen met de procurator zag hij toe op het financieel beleid van de prior. In de dagelijkse praktijk bij aanwezigheid van de prior was zijn ambt geen grote noodzakelijkheid. In het bijzondere geval van het bestuur van een kartuizerinnenklooster deelde de priorin met hem de leiding van haar convent.

Sacrista
De sacrista was verantwoordelijk voor het onderhoud van de kerk, de altaren en de liturgiche gewaden. Ook luidde hij de klok om de officies aan te kondigen. Bovendien had hij aanvankelijk de zorg voor de bibliotheek: hij hield het boekenbezit van het klooster op peil en voorzag wekelijks de monniken van het nodige schrijfinstrumentarium om de nodige werken te kopiëren.


Andere bewoners
Koormonniken
Voornoemde functionarissen behoorden tot de koormonniken (monachi). Hoe werd men een kartuizermonnik? Als men zich aangetrokken voelde tot het kloosterleven bood men zich bij de prior aan met het verzoek om novice te mogen worden. Men moest tenminste twintig jaar zijn, kunnnen lezen en zingen. Na een proefperiode (probatio) werd men toegelaten tot het noviciaat en onder de hoede geplaatst van een oudere monnik.


[wordt vervolgd]