Centrale bestuur

Generale kapittel en Definitorium
Alle prioren worden jaarlijks uitgenodigd om gedurende drie dagen deel te nemen aan het generale kapittel dat in de Grande Chartreuse wordt gehouden. Nochtans is deze algemene vergadering van de prioren niet het hoogste gezagsorgaan in de orde. Door een electoraal systeem in twee trappen komt men tot de verkiezing van een kleine groep uit de vergaderende prioren en de leden van de communauteit der Grande Chartreuse. De groep telt acht leden behoudens de prior-generaal die deze van rechtswege voorzit. Zij vormen het definitorium. Dit is de hoogste autoriteit van de orde gedurende het generale kapittel.1 Het heeft alle macht: wetgevend, uitvoerend en disciplinair. De prioren die er geen deel van uitmaken, hebben geen enkele macht. Zij zijn er alleen om het definitorium inlichtingen te verschaffen, indien daartoe de noodzaak bestaat, in het kader van te nemen beslissingen. Op de derde dag, 's avonds, worden de besluiten van het definitorium gepromulgeerd in de Carta Capituli Generalis. Vanaf dat ogenblik verliezen de definitoren hun macht en worden zij terug de prioren die zij waren vóór het generale kapittel, tenzij het definitorium in verband met één van hen anders heeft beslist. Tijdens de periode tot het volgende generale kapittel bestuurt de prior van de Grande Chartreuse de orde. Geen enkele definitor kan op een volgend generaal kapittel nog eens definitor zijn. De acht definitoren veranderen elk jaar.

Literatuur

[Cygler 2004]
[Früh 1983]
[Moulin 1970]
[Simmert 1972]

  • 1. De beslissing om het hoogste gezag in de orde te beperken tot een afgebakende groep werd genomen bij de defintieve — maar niet eerste — oprichting van het generale kapittel in 1155, alhoewel de prioren toen nog maar met zijn veertienen waren. Gedurende de eerste eeuw van dit systeem bestond het definitorium uit vier prioren van het generale kapittel en vier monniken van de Grande Chartreuse. Maar toen vanaf het midden van de 13e eeuw er ongeveer vijfenveertig prioren in het generale kapittel zetelden, terwijl de communauteit slechts twaalf monniken telde, heeft men beslist dat het definitorium vooral moest bestaan uit prioren. Sedert 1255 telde dit zes of zeven prioren en slechts twee of een monnik. — Zie M.Laporte, Grande Chartreuse (La), in: Dictionnaire d'histoire et de géographie ecclésiastiques, 21 (1986), kol. 1105.