Van gewoonteregels tot statuten

Intussen maakten de ontwikkeling van de orde, de instelling van het generale kapittel, dat ten tijde van de redactie der Consuetudines nog niet was voorzien, en de te beknopte passages over de liturgie in deze eerste codificatie het noodzakelijk dat hierop aanvullingen kwamen. De huizen drukten trouwens de wens uit zich te verenigen in éénzelfde familie om het religieuze leven, zoals Guigo I het in zijn Gewoonten had te kennen gegeven, te kunnen volhouden.

Supplementa ad Consuetudines Guigonis en Consuetudines Sancti Antelmi
Zij zijn de oudste aanvullingen op Guigo's Gewoonten. Beide verzamelingen kwamen tot stand tempore Sancti Antelmi Prioris Cartusiae, quem constat fuisse primum auctorem capituli generalis, quod tenuit per tres aut quatuor primos annos sui regiminis, zoals in de overgeleverde tekst van het tweede generale kapittel op het einde van de besluiten wordt medegedeeld. De heilige Anthelmus van Chignin († 1178) bestuurde toen als zevende prior de Grande Chartreuse van 1139 tot 1151. Voor de kennis van het tijdstip waarop de eerste twee algemene kapittels werden gehouden, is de interpretatie van de zinsnede per tres aut quatuor primos annos sui regiminis belangrijk. Begrijpt men de vermelde bestuursjaren als verschijnende in een numerieke rangorde, dan zou het eerste algemene kapittel in 1142 en het tweede in 1143 hebben plaatsgevonden. Interpreteert men daarentegen dat Anthelmus de eerste is geweest die het generale kapittel, als beleidsorgaan, heeft opgericht (primus auctor capituli generalis) in de eerste drie of vier jaren van zijn prioraat, zou hieruit alleen kunnen afgeleid worden dat deze hoge vergadering een eerste maal heeft plaatsgevonden in het tijdsbestek 1142/43. Zij werd slechts, op dat ogenblik nog, door een beperkt aantal prioren — namelijk dezen van de kartuizen in Arvières, Les Écouges, Durbon, Meyriat en Portes — bijgewoond. Of het tweede commune capitulum reeds het volgend jaar zou hebben vergaderd, is bijgevolg niet zeker. De enige zekerheid is dat dit werd bijeengeroepen tussen 1142/43 en 1151, het laatste jaar van Anthelmus' priorschap. Het leek misschien in het begin niet nodig enkel voor een klein aantal huizen elk jaar een algemene bijeenkomst te organiseren.
Het is onduidelijk of de Supplementa vóór of na de eerste algemene vergadering moeten gedateerd worden. Het behoort tot de mogelijkheden dat Guigo I zelf nog vóór zijn dood op 27 juli 1136 bepaalde verduidelijkingen in zijn wetgevende tekst heeft aangebracht en dat zijn opvolger Hugo I († 1146), prior van de Grande Chartreuse tussen 1136-1139, hieraan verordeningen heeft toegevoegd. Want men was tijdens de jaren na de redactie van de Gewoonten begonnen met het noteren van sommige liturgische supplementen, waarvan de oplossing niet bij Guigo I werd gevonden. Evenwel kan met grote waarschijnlijkheid aangenomen worden dat deze vervolledigingen, althans gedeeltelijk, het werk zijn geweest van de heilige Anthelmus: auctorem credo praefatum sanctum Antelmum, brengt de inleiding bij de Supplementa ter kennis. Beide teksten handelen over liturgische regelingen (43 artikels voor de Supplementa, 9 hoofdstukken voor de Consuetudines Antelmi) en werden nog steeds opgesteld volgens het stramien van de gewoonteregels. Nochtans ijverden de besluiten van het eerste algemene kapittel onder Anthelmus ervoor ut divinum ecclesiae officium prorsus per omnes domos uno ritu celebretur, et omnes consuetudines Carthusiensis domus, quae ad ipsam religionem pertinent, unimodo habeantur, en verder ut neque priori Carthusiae, neque ceteris quibuslibet prioribus his omnibus, quae vel ad divinum officium, vel ad ceteras quaslibet hujus religionis institutiones pertinent, sine communi consilio generalis demere aliquid, vel addere licitum sit. Dit is een niet mis te verstane oproep tot een eenvormige observantie en de receptie van de Gewoonten met bindende kracht voor de toekomst. Deze bewoordingen hebben reeds onmiskenbaar de schrijfstijl van een statutaire bekrachtiging.

Consuetudines Basilii

Supplementa ad Consuetudines Basilii

Statuta Jancelini

De reformatione van Bernard de la Tour

Antiqua Statuta
Al bestaan de kartuizers uit het feit van hun stichting sedert 1084, het is pas in 1142 dat de orde uit hoofde van de eerste algemene vergadering zijn definitieve organisatie met een voorlopige regel volgens de Gewoonten van Guigo I heeft ontvangen. De beschikkingen op de generale kapittels tussen 1155, toen dit bestuursorgaan definitief werd geïnstalleerd, en 1259 genomen als verklaring van en aanvulling op de Consuetudines, de zogenaamde ordonnanties, werden geleidelijk aan talrijker en ontwikkelden tot verscheidene afzonderlijke teksten doordat ze elk jaar opnieuw werden overgeschreven. Dit bevorderde geenszins een transparante en gemakkelijke lezing. Daarom vond prior-generaal Riffier († 1267) het in 1259 nuttig een logische orde in de verschillende verzamelingen aan te brengen en een zekere selectie op basis van hun verdiensten door te voeren, ten einde tot een enkel geheel te komen met de tekst van de Gewoonten volgens het drieledig plan van deze (liturgie, monniken, lekenbroeders)1. Op deze wijze ontstonden de Antiquae Consuetudines, beter gekend als Antiqua Statuta, waarvan de redactie in 1271 werd bekrachtigd.

Nova Statuta

Tertia Compilatio

Nova Collectio
De Nova Collectio Statutorum Ordinis Cartusiensis kwam tot stand als gevolg van de bepalingen genomen door het Concilie van Trente (1545-1563) , dat de religieuze ordes aanspoorde in het kader van de monastieke discipline hun regel aan te passen en wat de kartuizerorde betreft de drie versies van hun regel, de Antiqua Statuta, de Nova Statuta en de Tertia Compilatio — op dat ogenblik nog in gebruik —, samen te smelten tot één verzameling. Het voorbereidend werk tot de herziening van de kartuizerwetgeving begon onder Bernard II Carasse, prior der Grande Chartreuse (1566-†1586). In 1571 kwam een voorlopige tekst tot stand. De carta van het generale kapittel gehouden in 1571 bepaalden dat de voorbereidende versie door een aantal uitgelezen priors moest worden herzien en nadien aan de prior-generaal worden teruggezonden. In 1572 verklaarden de vijf priors, gelast met het geven van een vaste vorm aan de tekst, samen met een monnik van de Grande Chartreuse dat hun taak was volbracht en bevalen een publicatie aan voorzien van een toepasselijke index om gemakkelijk passages in de statuten te kunnen terugvinden. Het definitorium van het generale kapittel besloot tot een publicatie onder twee vormen: de ene met vermelding van de bronnen waaruit de statuten waren opgesteld, de andere met enkel de tekst. In 1573 werden alle priors uitgenodigd naar het generale kapittel om de bestaande tekst van commentaar te voorzien. Ten gevolge van ongunstige omstandigheden werd het generale kapittel van 1574 schaars bijgewoond en in 1575 verklaarde de prior van de Grande Chartreuse dat hij onder druk van andere bezigheden de tijd niet had gevonden om de talrijke voorstellen tot wijzigingen, die hij had ontvangen, in overweging te nemen. Hij beloofde nog dat jaar een bijzonder kapittel bijeen te roepen om de gesprekken af te ronden. Verrassend genoeg vermelden de cartae betreffende de jaren 1576 en 1577 hierover niets. In 1578 werden de priors van Parijs, Milaan, Montalegre en Rettel opgedragen om samen met de vicaris van de Grande Chartreuse de tekst opnieuw aandachtig na te lezen, te corrigeren en aan te vullen waar zij het nodig vonden, en hem daarna terug aan de pior-generaal te bezorgen. Hun tekst werd door het generale kapittel in 1579 goedgekeurd en als regel van de orde afgekondigd. De uiteindelijke bevestiging volgde pas in 1581, want in 1580 vergaderde het generale kapittel in Chambéry bij de dominicanen ten gevolge van krijgsgeweld in de omgeving van de Grande Chartreuse. In 1582 werd de tekst, na lezing, formeel goedgekeurd voor publicatie. Van zodra kopieën beschikbaar waren, werden de statuten aan alle huizen overgemaakt, die naar het voorbeeld van de Grande Chartreuse werden gehouden een dankmis ter ere van de Heilige Drie-eenheid te celebreren. De visitatoren zagen erop toe dat de voorschriften, vervat in de Nova Collectio, in gans de orde werden nageleefd. De actieve Dom Innocent Le Masson, prior der Grande Chartreuse van 1675 tot aan zijn overlijden in 1703, was er zeer van overtuigd dat elke monnik een kopie van de statuten voor dagelijkse studie in zijn cel moest hebben, want hij beschouwde ze als de belangrijkste verzameling na de evangelies. In 1681 publiceerde hij een tweede editie van de Nova Collectio Statutorum aangevuld met nieuwe bepalingen (ordinationes) — als toevoegingen in de marge of als ingelaste passages onderaan de bladzijden — waarvan sommige reeds in 1679 werden afgekondigd. Le Masson, autoritair van karakter, wachtte niet op de goedkeuring van het definitorium van twee opeenvolgende generale kapittels om de statuten te publiceren. De Spaanse kartuizers die zijn hooghartige houding tegenover de Spaanse monarch en zelfs de Heilige Inquisitie hekelden, boden echter tegenstand. Zij vreesden ook dat hun huizen ten aanzien van Grande Chartreuse afhankelijker zouden worden. Dit was een vervelende zaak voor Le Masson. Toch vermeed hij enkele belangrijke toegevingen aan hen te doen. Ondanks de Spaanse verzoeken bij de Romeinse Curie verscheen in 1688 een herziene editie met slechts minimale veranderingen. In de loop der jaren verlangden de kartuizers een pauselijke goedkeuring voor hun statuten. In 1682 duidde paus Innocentius XI († 1689) verscheidene kardinalen aan om de statuten aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Na zes jaren stelden zij slechts enkele amendementen van weinig belang voor om aan de tekst toe te voegen. Met de bul Iniunctum nobis, gedateerd 27 maart 1688, verleende Innocentius XI aan de Nova Collectio ‘in forma specifica’2 de pauselijke approbatie. In 1924 werd een aangepaste editie volgens de toen geldende voorschriften van het Kerkelijk Recht door paus Pius XI († 1939) met de bul Umbratilem opnieuw ‘in forma specifica’ goedgekeurd.

Statuta Renovata
In 1967 belaste het generale kapittel op verzoek van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) Dom André Poisson (1967-1997, † 2005) met de hernieuwing van de statuten. Deze hernieuwing werd met medewerking van alle leden van de orde verwezenlijkt op basis van drie criteria. Vooreerst werden de statuten ontdaan van al wat verouderd was, zoals bijvoorbeeld allerlei overbelastingen van juridische en liturgische aard die in de loop der eeuwen aan de oorspronkelijke observantie werden toegevoegd. Vervolgens streefde men ernaar trouw te blijven zowel aan de geest van de stichters en hun specifieke bedoelingen als aan de onbedorven tradities teneinde het evenwicht tussen beide te bewaren. Men heeft dus in de statuten enkele teksten van Bruno en Guigo, die er vroeger niet instonden en essentiële punten van de kartuizerroeping bevatten, ingelast. Ten slotte heeft men er ook enkele nieuwe of hernieuwde conciliaire ideeën, verwijzend naar de spirituele en theologische grondprincipes van het kartuizerbestaan, waarop de oude regels weinig de nadruk legden, ingebracht. In 1971 werden de Statuta Renovata door het generale kapittel goedgekeurd. In zijn brief Optimam Partem aan de prior-generaal dat jaar onderlijnde paus Paulus VI († 1978) de essentiële punten die niet uit het oog mochten verloren worden en onderrichtte diepzinnig over de kartuizerroeping. Deze brief kan worden beschouwd als een verlichte toelichting bij de toepassing van de conciliedecreten in de orde. Opdat de hernieuwde statuten conform de richtlijnen van het Kerkelijk Wetboek van 1983 zouden zijn, werden zij nogmaals herzien. Het generale kapittel gehouden in 1989 bekrachtigde de huidige statuten3. De Congregatie voor de Instituten van Godgewijd Leven en van de Gemeenschappen van Apostolisch Leven der Heilige Stoel keurde ze nog eens goed in 1991.

[wordt vervolgd]

Literatuur

[Achten 1984a]
[Alberzoni 2002]

[Blüm 1983d]

[Clark 2003]
[Clark 2007a]
[Clark 2012]
[Concioni 2007]
[Cygler 2005]

[Hogg 1970]
[Hogg 1978]
[Hogg 1989b]
[Hogg 1989c]
[Hogg 1989d]
[Hogg 1989e]
[Hogg 1992a]
[Hogg 1992b]
[Hogg 1992c]
[Hogg 1992d]
[Hogg 1992e]
[Hogg 1992f]
[Hogg 2006e]
[Hogg 2015]

[Ray 1942]
[Ray & Mouton 1942]

[Statuta Renovata 1980]

  • 1. Aan het laatste onderdeel werd op last van de heilige Anthelmus in 1145 een nieuw hoofdstuk over de incorporatie van de monialen in de orde toegevoegd.
  • 2. Deze uitdrukking betekent dat de nieuwe goedgekeurde statuten zich ingebed vinden in het pauselijke document en voor al zijn onderdelen bekleed zijn met de pauselijke soevereiniteit.
  • 3. Men kan ze in zes West-Europese talen op de officiële site van de Orde raadplegen (http://www.chartreux.org/fr/textes/statuts-prologue.php).