Bruno's erfenis

Bij zijn overlijden had Bruno geen geschreven richtlijnen opgesteld over de wijze waarop zijn medebroeders in La Chartreuse en Santa María de La Torre hun kluizenaarsleven moesten organiseren. Bruno wenste trouwens geen kloosterorde te stichten en in zijn visie zou iedere kluizenaarsgemeenschap als groep op zichzelf moeten bestaan en onafhankelijk zijn van de jurisdictie der plaatselijke bisschoppen. Vanuit La Torre onderhield hij geen feitelijke banden met de Chartreuse. Alhoewel beide stichtingen zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelden, verschilde hun levenswijze niet zozeer.

Evenwel vernemen we onrechtstreeks iets over zijn monastieke opvattingen in twee brieven, die hij in de laatse jaren van zijn leven in Calabrië heeft geschreven. Het zijn de enige gelegenheidsgeschriften die hij heeft nagelaten, waarin hij herhaaldelijk de waarde van het contemplatieve leven in eenzaamheid benadrukt, wijze en praktische raad geeft en enkele spirituele reflecties maakt . Zijn eerste brief is een antwoord op een niet meer bewaard schrijven van zijn vriend Raoul le Verd († 1224), proost van het kapittel der kanunniken en later aartsbisschop te Reims. Hierin herinnerde hij Raoul aan de plechtige belofte die deze had gedaan, toen ze beiden nog kapittelkanunnik waren, om de wereld te verlaten en in het klooster te treden. Bruno spoorde hem krachtig aan en maakte van de gelegenheid gebruik om de voordelen van het eremietenleven met enkele essentiële kenmerken in het licht te stellen, terwijl hij hiermee zich niet noodzakelijk wilde verzetten tegen een leven in de wereld. Hij wou Raoul slechts aanzetten om na te denken en zijn leven te heroriënteren, zoals hij beloofd had; maar Bruno's aanmoedigingen zijn tevergeefs geweest. De tweede brief is gericht aan de communauteit van de Chartreuse waarin hij op een affectieve wijze zijn dankbaarheid uitdrukte voor het bezoek dat hun prior Landuinus als vertegenwoordiger van zijn religieuzen hem had gebracht; dezen beschouwden Bruno nog altijd — ook al leefde hij niet meer bij hen — als hun overste en geestelijke vader.

Welk geestelijk testament heeft Bruno nagelaten? In de eerste plaats streefde hij naar een volkomen zuiver contemplatief leven, volledig afgescheiden van de buitenwereld om het verlangen naar God alléén veilig te stellen.


[wordt vervolgd]