Graduale Romanum cum cantu

Handschriften

Douai, Bibliothèque municipale

signatuur 132 (olim G. 93, D. 184)
folia 236 folia
herkomst Brugge: kartuizers
datering vóór 1388
begunstiger Hoste Joannes O. Cart.
decoratie http://bvmm.irht.cnrs.fr/consult/consult.php?reproductionId=108221
http://www.cartusiana.org/node/3577
biblioref. Dehaisnes, C., Catalogue général des manuscrits des Bibliothèques publiques des Départements, dl. 6: Douai, Paris 1878, 65 (nr. 132)
Le Graduel Romain. Édition critique par les Moines de Solesmes, dl. 2: Les sources, Saint-Pierre-de-Solemses 1957, 48, 161, 173
[Hendrickx 1973]13-20
[Roose 1996a]31
internetref. www.archive.org/stream/catalogue06fran#page/64/mode/2up
http://ccfr.bnf.fr/portailccfr/jsp/index_view_direct_anonymous.jsp?recor...

opmerking
Een nota op het einde van het manuscript licht ons in wie zijn schrijver en bezitter waren: Iste liber pertinet ad D. Johannem Hoste, monachum istius h[er]emi, quem fecit fieri de bonis parentum suorum, et post ejus obitum remanebit ad domum istam2 scilicet Vallis Gratiæ juxta Brugis, ordinis Carthusiensis. Scripsit istum Egidius de S. Audomaro, similiter monachus istius domus.

De Dowaaise cataloog uit 1878 dateert het Graduale algemeen in de 14e eeuw. In 1957 beweren de benedictijnen van Solesmes dat het een 15e-eeuws handschrift is. Ten slotte preciseert één onder hen, Jacques Hourlier († 1984), in een brief van 29 mei 1969 dat het manuscript dagtekent uit het begin van de 15e eeuw.3 De auteur, of beter de kopiist noemt zich Egidius van Sint-Omaars, monnik van het huis 'Dal van Gratiën' bij Brugge. De overlijdensberichten uit de Chartae Capituli Generalis met betrekking tot Genadedal delen binnen het voornoemde tijdsbestek slechts één kartuizer mee met de naam Egidius, evenwel zonder een verwijzing naar de herkomst, wiens overlijden staat opgetekend in de kapittelbesluiten afgekondigd in 1389: "† charta 1389 [obiit] Dominus Egidius monachus et sacerdos domus Brugis habens tricenarium".4 Dit betekent dat hij, wegens ontstentenis van een gekende sterfdag, gestorven is tussen Pasen 1388 en Pasen 1389 rond welke tijd jaarlijks het generale kapittel vergaderde en de overlijdens tussen deze twee tijdstippen bekendmaakte. Derhalve stelde Egidius het Graduale zekerheidshalve samen vóór 1388. Niettemin verbaast het waarom Dom Hourlier, een ervaren kenner van liturgische handschriften, dit koorboek in het begin van de 15e eeuw dateerde. Wellicht oordeelde hij dat het handschrift dan pas was voltooid, wanneer, na de scriptor (tekstschrijver), ook de notulator (schrijver van muzieknoten), de illuminator en de miniaturist hun werk hadden verricht.5

Volgens de kroniek van Arnoldus Beeltsens († 1489), de eerste kroniekschrijver van het kartuizerklooster te Herne, was Joannes Hoste ooit (quondam) prior van dit huis6, van wie hij denkt (credo) dat hij een monnik is geweest van de kartuis te Brugge7 en eveneens vermoedt dat hij prior van de Hernse kartuis was in het jaar 1390.8 In zijn eind-18e eeuwse Chronologicus Domnorum Priorum celeberrimae Cartusiae Capellae Beatae Mariae in pago Herinnensi prope Angiam Hanoniae oppidum herhaalt Bruno Pede de gegevens uit de kroniek en voegt eraan toe dat Hoste, hier Heiste genoemd, overleed op 7 januari.9 Deze dag van zijn overlijden wordt bevestigd door het obituarium van het Hernse kartuizerklooster.10 Is zijn priorschap als ambt blijkbaar een vaststaand feit, dan is de periode waarin hij dit prioraat heeft uitgeoefend minder zeker. Vertrekken we van de vermoedelijke zekerheid dat hij in 1390 prior was. Wie waren zijn onmiddellijke voorgangers en opvolgers aan het hoofd van dit huis? Hierover bestaat de grootste verwarring, want veel van de informatie desbetreffend berust niet alleen op geschreven documenten, maar werd ook bijeengezameld op basis van mondelinge overlevering (quantum potuit coniici ex scriptis vel auditis).11

Bij vergelijking van de verschillende lijsten met prioren die tussen 1380 en 1411 in functie waren12 ...
...
Volgens Jaak Vandemeulebroucke was Joannes Hoste omstreeks 1400 Brugs kartuizer en overleed hij vóór 1411.13 ... — © Frans Hendrickx.

  • 1. Met dank aan Jos Bernaer (Herne) voor deze melding.
  • 2. Dom Nikolaas Huyghebaert († 1982), benedictijn van de Sint-Andriesabdij te Sint-Andries-Brugge, liet mij op 18 april 1966 weten dat hij in tegenstelling tot de versie van de catalogus in zijn aantekeningen etiam las.
  • 3. La question de date ne fait pas problèmes: fin XIVe siècle s'accorde avec XVe, car, dan notre pensée, il s'agissait du début de ce siècle" (Privé-archief F. Hendrickx).
  • 4. Zie PB Brugge 1, beeld 12, alsook [PCBR 1999]dl. 1, 138 (nr. BgM049).
  • 5. Dit is niet ongewoon. In het geval van een uit de Leuvense kartuis herkomstig Graduale (1506) onderscheidt een nota over de uitvoerders van dit koorboek de tekstschrijvers duidelijk van de notenschrijver.
  • 6. [Lamalle 1932]12.
  • 7. [Lamalle 1932]19.
  • 8. [Lamalle 1932]38. Zie ook PB Enghien 1, beeld 23: "Son priorat n'est pas donc douteux".
  • 9. [Lamalle 1932]182.
  • 10. Citekey: Timmermans 2012 niet gevonden11.
  • 11. [Lamalle 1932]38. Zie ook PB Enghien 2, beeld 27: "... par écrit ou par des relations verbales, soit d'eux soit d'autres, depuis le commencenment de la fondation, en conservant la succession des temps".
  • 12. Zie http://www.cartusiana.org/node/437.
  • 13. [Vandemeulebroucke 1965]269. — Na zijn opleiding Geschiedenis aan de KU Leuven (1965) wijdde hij nog één wetenschappelijke bijdrage aan de kartuis van Genadedal te Brugge[Vandemeulebroucke 1967] om na een lerarenbaan in 1971 (tot heden) een politieke carrière uit te bouwen als Vlaams-nationalist (zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Jaak_Vandemeulebroucke).