Destelbergen en de Gentse kartuis

Auteur: Jan DE GRAUWE
Publicatie: webpublicatie
Datum van plaatsing: 14.04.2010
Adres auteur: Burgemeester Libbrechtstraat 2a, BE-9070 Destelbergen

Het is voldoende geweten dat Destelbergen afhing van de heerlijkheid van de abdij van Sint-Pieters in Gent. Maar ook met andere kloosterorden zijn er relaties geweest. Dit was onder meer het geval met de Gentse kartuis. Deze werd gesticht op Rooigem in 1328 en kreeg de naam Koningsdal. Reeds van in het prille begin van dit klooster dateren de eerste vermeldingen van Destelbergen.

In 1331 schenken Hugo vander Most en zijn vrouw Kerstine aan die kartuize een som van 8 pond en een weide in Bervelde prochie Desselberghine.1 Hun zoon Hugo die kanunnik wordt van Sinte-Veerle, scheldt in 1360 de schulden kwijt die de kartuizers op die grond hebben en schenkt die meers definitief en onbelast aan het klooster in 1364.2 In de oorspronkelijke documenten wordt de exacte ligging van deze weide niet duidelijk vermeld.

Een tweede schenking aan de kartuizers dateert van 1345: Jan, abt van Sint-Pieters, doet weten dat de prior en het convent Koningsdal zeven bunders land gekregen hebben gelegen te Bervelde in Desselberghine mits betaling van een dubbele cijns per jaar, namelijk 14 schellingen en 10 penningen. Maar hierdoor zijn de kartuizers vrijgesteld van alle feodale schulden.3.

In 1357 verklaart Thomas van Vaernewyck, die behoort tot de belangrijkste weldoeners van Koningsdal, officieel dat de kartuize goederen te Destelbergen gekregen heeft ten belope van acht bunders twelcke landt ende meersch comende was van jonfrauwe Katelijne van Roselaere ende huughe vander Most. Katelijne is een nonne van Peteghem aan wie de kartuizers vijf pond betaald hebben in juli 1343 over een meersch te Desselberghine die ons Hughe vander Most gaf.4

In het begin van 13655 verwerven de Gentse kartuizers een weide in Destelbergen op voorwaarde dat zij een sterfelijke laat aanstellen en er aan de abdij van Sint-Pieters een kwart van de venale waarde betalen bij het overlijden van die man. De vastgestelde waarde van dat kwart is 12 schell. 8 penn. parisis. In het renteboek staat genoteerd dat de kartuizers op 16 februari 1365 een oud-bunder weideland verkregen hebben van de abt van Sint-Pieters. Heel vermoedelik gaat het over dezelfde weide. In het charter, gedateerd 16 april 1365 — maar zeer waarschijnlijk is de maand verkeerd genoteerd en gaat het om februari —, betreffende die weide wordt gezegd dat dit stuk grond naast de schenking van Hugo vander Most ligt.6 Het was de gewoonte zo weinig mogelijk verspreide bezittingen te hebben, maar liefst dicht bij elkaar.

Beatrijs van Massemen en haar dochter Elisabeth Noethaex geven een oud-bunder meers in Destelbergen op 15 november 1365 aan de kartuizers.7 Op de achterkant van het charter staat genoteerd dat die weide gelegen was achter de kercke van desselberghe. Beatrijs was gehuwd met Diederik Noethaex die een heel belangrijke heer was en bewoner van het nu nog bestaande kasteel Notax. Zo breiden de kartuizers hun bezittingen binnen Destelbergen steeds verder uit.

Op 21 februari 1401 geeft de prior van de kartuizers grond in Destelbergen in cijns aan Jacob den vadere.8 Voor het eerst wordt een toponiem vermeld, met name een stuc landts gheheten tpryheel te Desselberghen beerevelt. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, de juiste ligging van dat ‘prieel’ te bepalen.

In het begin van 1414 of 1415 wordt door de prior eenzelfde daad gesteld: hij geeft in cijns goederen van de kapel van berevelt in ’t heerscap scloosters van sinte pieters van ghendt aan Maarten van Oordeghem.9 Zijn zoon, Ghiselbrecht van Oordeghem, neemt op 5 januari 1454 dat goed in pacht of in cijns.10 We weten het niet precies, want in april 1475 worden twee oorkonden verleden voor een notaris dat de grond in Bervelt in cijns gegeven werd aan Ghiselbrecht, en niet in huur of pacht.11 Drie jaar later wordt een akkoord getroffen met de erfgenamen van Ghiselbrecht, zijnde zijn weduwe en zijn zoon, dat zij deze goederen verder mogen gebruiken.12 En nogmaals drie jaar later wordt een document opgesteld dat die zoon Maarten deze grond in cijns heeft genomen. We lezen: es te wetene dat her symoen vander scuere prioer van onse clooster int jaer duust IIIIc ende LXXXI by den consente vanden ghemeene convente als ons goet van desselberghen uut gaf in erveliken chijns martien van oordeghem up den conditie dat martin moet stellen een stervelikelaet sonder cost mits te betalene dobbel … dus blyct dat ons clooster ontslaghen es vanden (?) boven verhaelt te ewighen daghen ten waere dat de parcheelen van landen boven verhaelt mits quade betalinghe weder omme quamen in onse handen. Het betreft de stukken grond door de kartuizers verkregen in 1345 en 1365.13

Een priester, Gillis Stoop, doet einde 1496 zijn rechten op bepaalde goederen te Desselberghe officieel erkennen en op 5 juli 1497 schenkt hij deze in puere aelmoese aan de kartuizers.14

Pieter Fasseur, prior van Koningsdal van 1497 tot 1538, geeft in 1500 aan de erfgenamen van Symoen van Sickeler goederen te Beervelde in Destelbergen in cijns. Alweer vinden we geen nadere omschrijving van de plaats waar die goederen gelegen waren.15

Uit 1541 stamt een document betreffende de aflossing van een rente en de verkoop van een rente van 20 schell. gr. De tekst is zeer slecht leesbaar, maar enkele namen trokken onze aandacht: voor de heren van Sint-Pietersabdij en van Notaex te Destelbergen, verkopen Jan vanden Hende en Margriet de Wiest een rente aan Pieter de Rycke. Andere namen zijn: jonkvrouw Urssula de Rubys (?) en meester … Thummaert (?) te Notax. Naast de datum 1541, vermeld op de achterzijde, staat in de tekst ook deze 21 junius XVe vijfentneghentich. Nogmaals: het is een zeer onduidelijk en moeilijk te ontcijferen stuk.16

Het voorlaatste document dat we hebben kunnen consulteren in verband met de kartuizers dateert van 1660 en is misschien het belangrijkste want het resumeert bijna al het voorgaande. Ziehier uit de inhoud : … van erfven ligghende binnen desselberghen toecomende de E.P.P. chartreusen binnen Ghendt op een stuck landt het camerken ofte prijeelken groot 281 roeden en op een stuck landt den hooghen acker een behuysde stede groot 150 roeden … Alle deze voors. parcheele ligghende binnen bervelt prochie van desselberghe sijn ons eensdeels ghegeven van eene hughe vander most ende zyner huysvrauwe, ende eensdeels met onsen ghelde ghekocht.17 Jammer genoeg weten we nog de plaats niet, maar we hebben twee toponiemen en de afmetingen van de goederen.

Ten slotte vonden we in een ander fonds nog een belangrijk gegeven. In een renteboek18 van de Sint-Pietersabdij van 1681 is ook een caerte figuratif opgenomen. Deze geeft de eigendommen aan van de Sint-Pietersabdij in de prochie van Destelberghe. We lezen onder meer op f° 35: Item de Charteusen binnen Ghendt van haerlieder goede dat sy hebben ligghen binnen Destelberghe groot acht bunderen. De rente is betaald op 1 april 1704. Dit land is begrensd onder meer door t’lantstraetken en t’lantackerken. Op f° 39v° staat de caerte N° 3° met volgende tekst: Item noch in de chartreuse rente commende oock de naervolghende te weten J° Pieter Frans Tayaert heere van Helst van syne partie genaempt den leeackere groot ii gemeten noort de Leede. En verder: Item J° Pr Frans Tayaert heere van Helst van syne partie genaempt den kimpackere groot een half bunder oost t’lantstraetken … (f° 40). Op f° 40v° lezen we: Item de weduwe Andries Eeckman van haere partien genaempt ’tcamerken, den plaschackere ende thalf bundere oost t’lantstraetken. De laatste interessante verwijzing vinden we op f° 42: Item J° Joos vander Meeren hoeve van Voorde Lieven van Nieuwenhuyse d’aude van hun goet genaempt t’goet te Poelare groot vyftich bunderen ofte meer met de landen geleghen op de heye van spiegelstraet, ligghen oost de Chartreusen landen ofte die onder hun syn rentende, west t’leen van den heere van Pottelberghe suyt de haenautstraete ende noort de Leede.

We kunnen dus nu veel duidelijker bepalen waar de kartuizergoederen, vermeld in het document van 1660, gelegen waren. Het camerken, het pryeelke, het lantstraetken en het goed te Poelare bevonden zich op de huidige wijk Haenhout van Destelbergen en waren begrensd door de Lede, die nu nog de Durme in Lokeren verbindt met de Schelde op de grens van Destelbergen (wijk Eenbeekeinde) en Sint-Amandsberg. Het goed te Poelare was gelegen dichtbij de cappelle van Sint Daneel te Bervelde.

De toponiemen zijn dus nagenoeg opgelost. Met deze korte mededeling hopen we een niet onbelangrijke bijdrage geleverd te hebben aan de topografische geschiedenis van de Gentse kartuis ten overstaan van de gemeente Destelbergen.

Literatuur

[De Grauwe 2010]

  • 1. RA Gent, Fonds Kartuizers: cartularium B 1288, f° 182v°.
  • 2. Ibidem: charter nr. 3/105 d.d. 17.12.1364.
  • 3. Ibidem: cartularium B 1288, f° 72.
  • 4. Ibidem: cartularium B 1288, f° 99.
  • 5. Ibidem: charter nr. 3/107 d.d. 16.04.1365.
  • 6. Ibidem.
  • 7. Ibidem: charter nr. 3/108 d.d. 15.11.1365.
  • 8. Ibidem: charter nr. 5/192 d.d. 02.03.1401.
  • 9. Ibidem: charter nr. 6/16 d.d. 18.02.1415.
  • 10. Ibidem: charter nr. 9/128 d.d. 05.01.1454.
  • 11. Ibidem: charter nr. 11/171 d.d. 18.04.1475.
  • 12. Ibidem.
  • 13. Ibidem: charter nr. 11/176 d.d. 13.02.1478.
  • 14. Ibidem: charter nr. 14/250 d.d. 05.07.1497.
  • 15. Ibidem: charter nr. 15/2 d.d. 1500.
  • 16. Ibidem: ongenummerde doos, stuk nr. C IX … 26 d.d. 11.08.1595.
  • 17. Ibidem: ongenummerde doos, ongenummerd stuk d.d. 1660.
  • 18. RA Gent, Fonds Sint-Pietersabdij: reeks 1, nr. 337, Destelbergen (mededeling van wijlen Erik Schepens, waarvoor dank).