IJsselmuiden (Kampen)

Sint-Maarten (1485-1580)
Domus sancti Martini in Monte Solis, Domus Campensis

provincia Teutoniae


Er was reeds sprake van een eventuele stichting in 1477, toen de priester Evert ten Acker hiervoor drie velden in Kamperveen wou schenken. Het zou echter duren tot 1485 vooraleer de stichting een feit was. Toen kwamen de eerste monniken uit Gent en Utrecht, waaronder Wermbold van Leiden, oud-prior van Nieuwlicht bij Utrecht en benoemd als rector (1485-1492/3) te Kampen.

Het klooster was gelegen ten zuiden van IJsselmuiden ter hoogte van Oosterholt, tussen de huidige Kamperwetering en de Sonnenbergweg.

Onder de eerste weldoeners bevonden zich zekere Maarten Willemsz en Herman Mathijsz. De eerste jaren sprong ook de kartuis Nieuwlicht financieel bij voor het onderhoud van twee Utrechtse monniken die in Kampen verbleven. Otto van der Huden, burger van Deventer, deed in 1491 een schenking voor een prebende en de bouw van een nieuwe cel.

Theodoricus van der Weyden, een Arnhems profes, en in 1492/93 rector te Kampen, werd er de eerste prior (van 1493 tot 1497). In 1492 was er nog steeds een gebrek aan bewoners, aangezien het generaal kapittel aan de visitatoren vroeg om meer hospites naar Kampen te sturen. Pas in 1494 werd het klooster officieel opgenomen in de orde.

Uit de loop van de geschiedenis blijkt dat de kartuis nooit echt tot volle bloei kwam. In de akten van het generaal kapittel is er herhaaldelijk sprake van een gebrek aan financiële middelen en personeel. Zo waren er slechts 3 van de 19 Kampense priors professen van het huis. Er zijn slechts 39 professen bekend, maar mogelijk waren het er meer. In 1515 al overwoog men om de kartuis op te heffen en in 1520 kregen de visitatoren de opdracht om de situatie te Kampen grondig te onderzoeken. Geregeld vroeg het generaal kapittel aan andere huizen om Kampen financieel te ondersteunen. Tussen 1520 en 1540 was een lichte verbetering merkbaar, maar vanaf dan ging het opnieuw bergaf.

Toen in 1572 Kampen door graaf Willem van den Bergh voor Willem van Oranje veroverd werd, was er weinig hoop meer. In 1580 werd het klooster verwoest. Enkele van de weinige monniken weken uit naar de Keulse kartuis.